door Alisa Meijvogel, Eva Schulte en Canan Özay

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Koerdisch is een verzamelnaam voor een aantal dialectgroepen. Twee belangrijke dialecten van het Koerdisch zijn Kurmanci en Sorani. Op deze pagina zal alleen het Kurmanci besproken worden.
Het Koerdisch verschilt in een aantal opzichten van het Nederlands. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de taalproductie op het gebied, vooral op het gebied van morfologie en syntaxis in de Nederlandse taal als gevolg van transfer. Als deze problemen in het Nederlands worden geconstateerd, hoeft dit dus geenszins op een taalontwikkelingsstoornis te duiden.

Fonologie
Uitspraak
Het klanksysteem van het Kurmanci kent net al dat van het Nederlands klinkers (8) en medeklinkers (23). Uit de literatuur zijn geen studies bekend met veel voorkomende fonologische transferfouten.

Morfologie
Vervoegingen en verbuigingen
Het Kurmanci kent net als het Nederlands verbuigen en vervoegingen. Er zijn 150 werkwoorden bekend met elk twee stammen. Een stam voor de tegenwoordige tijd en voor de verleden tijd. Hieraan kunnen prefixen en suffixen worden toegevoegd.
Zelfstandig naamwoorden kunnen een suffix krijgen voor onbepaaldheid, getal, geslacht of naamval.
De persoonlijk voornaamwoorden zijn vergelijkbaar met het Nederlands en worden gekozen op basis van persoon en getal. De directe vorm congrueert met het werkwoord

Geslacht
Zelfstandig naamwoorden in het enkelvoud kunnen mannelijk of vrouwelijk zijn. In het meervoud wordt er geen geslacht uitgedrukt. Het toekennen van geslacht heeft geen algemene regel en moet voor elk woord apart geleerd worden.

Lidwoorden
Het Kurmanci kent geen lidwoorden. Bepaaldheid wordt niet uitgedrukt en onbepaaldheid wordt uitgedrukt door een achtervoegsel voor het enkelvoud (-ek) of het meervoud (-in). Kinderen kunnen lidwoorden in het Nederlands hierdoor weglaten.

Bijvoeglijk naamwoorden
Bijvoeglijk naamwoorden komen in het Kurmaci in het algemeen achter het zelfstandig naamwoord te staan. Kinderen kunnen hierdoor moeite hebben met de plaatsing van het bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands.

Syntaxis
De woordvolgorde in een zin in het Kurmanci is strikt en is gelijk aan de woordvolgorde van een Nederlandse bijzin (SOV). Dit betekent dat het werkwoord achteraan in de zin staat (Klaas een brief schrijft). Het onderwerp wordt altijd uitgedrukt in de zin en kan niet weggelaten worden.

Het Kurmanci heeft een ergatieve constructie, die alleen gebruikt wordt bij de verleden tijd van transitieve werkwoorden (gespleten ergativiteit bij verleden tijd). In alle andere gevallen is de syntaxis accusatief. In de ergatieve constructie neemt het transitieve onderwerp de oblique vorm, terwijl het lijdend voorwerp de directe vorm heeft. Het werkwoord congrueert dan met het lijdend voorwerp. Er verandert hierbij niets aan de volgorde van de zin.
Als ouders de ergatieve naamval gebruiken en het kind de ergatieve naamval weglaat, kan het om een omgekeerde interferentiefout (invloed vanuit het Nederlands) gaan. In een onderzoek naar de verwerving van Spaans (absoluut) en Baskisch (ergatief) werd namelijk gevonden dat tweetalige kinderen vaker en langer dan eentalige kinderen, de ergatieve markering in het Baskisch weglaten door interferentie vanuit het Spaans (Austin, 2007). Dit hoeft dus geenszins te duiden op en een mogelijke TOS.

Pragmatiek
Geen transferfouten bekend op het gebied van pragmatiek

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-kenmerken
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, zijn onderstaande vragenlijsten per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijsten is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.

De eerste vragenlijst heeft betrekking op NT2-problematiek; deze vragenlijst vloeit voort uit een vergelijking tussen het Kurmanci en het Nederlands (zie paragraaf 1 en 2 hieronder). Verschillen in talige kenmerken tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen leiden tot fouten in het Nederlands die gerelateerd zijn aan de moedertaal (en culturele achtergrond) van het kind; dit wordt negatieve transfer genoemd. Overeenkomsten tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen de verwerving van de Nederlandse taal in principe positief beïnvloeden; dit wordt positieve transfer genoemd.
De tweede vragenlijst richt zich op de problematiek in het Kurmanci. Deze vragenlijst kan een beeld schetsen van eventuele TOS-kenmerken die het kind in de moedertaal laat zien.

Onderstaande vragen kunnen aan ouders/tolken gesteld worden om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.

Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands.
Wanneer op deze vragen vaak 'ja' wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Kurmanci

Morfologie
  • Laat het kind lidwoorden weg in het Nederlands?
  • Gebruikt uw kind de achtervoegsels -ek en -in correct om onbepaaldheid aan te duiden bij zelfstandig naamwoorden in het enkelvoud en meervoud?

    Bijvoorbeeld:
    hesp (het) paard
    hesp-ek een paard (onbepaald-ev)
    hesp-in paarden (onbepaald-mv)

Syntaxis
  • Gebruikt het kind de verkeerde naamval in de verleden tijd? Gebruikt hij/zij voor het onderwerp een oblique-vorm?

Vragenlijst in relatie tot problemen in het Kurmanci
Wanneer hier vaak 'ja' op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.

Fonologie
  • Heeft het kind in het Kurmanci moeite met het produceren van bepaalde klanken, terwijl dat niet meer verwacht wordt op zijn of haar leeftijd?

Morfologie
  • Heeft het kind problemen met het vervoegen van (hulp-)werkwoorden in het Kurmanci?
  • Heeft het kind problemen met het vervoegen van naamwoorden en voornaamwoorden in het Kurmanci?

Syntaxis
  • Laat het kind het onderwerp vaak weg in de zin?

Pragmatiek
  • Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatieve vaardigheden in de moedertaal?

top

1. Algemene informatie over het Kurmanci

Het Koerdisch is een Iraanse taal die behoort tot de Indo-Iraanse tak van de Indo-Europese taalfamilie. Het Koerdisch kent verschillende varianten waarvan het Kurmanci er één is. Het grootste aantal sprekers van het Kurmanci woont in Turkije. Hier spreken 15 miljoen Koerden deze taal. Daarnaast spreken 2 van de 6 miljoen Koerden in Irak Kurmanci, zijn er 3 miljoen Kurmanci-sprekende Koerden in Syrië en spreken 4 van de 11 miljoen Koerden in Iran het Kurmanci.

Tussen 1983 en 1991 was het verboden in Turkije om boeken en kranten te drukken in alle talen die niet de eerste officiële taal van een door Turkije erkende staat waren. Het Koerdisch was nergens de eerste taal en daarmee verboden in deze periode in Turkije. Het Kurmanci werd vooral gepubliceerd door emigranten, in met name Zweden, in Europa. Pas in 2002 werd er een wet aangenomen in Turkije die het mogelijk maakte om privé-onderwijs te volgen en radioprogramma’s te maken in talen die in Turkije gesproken worden.
Er zijn geen cijfers bekend over het aantal sprekers van het Kurmanci in Nederland, maar van het Koerdisch kent het Kurmanci de meeste sprekers van de Koerdische dialecten. De grootste groepen Kurmanci-sprekende Koerden wonen in Turkije, Syrië, Armenië en Azerbaijan. Hoewel Kurmanci en Sorani nauw verwant zijn, zijn de talen in basisstructuur, vocabulaire en idioom verschillend (Thackston, 2006).

krd.png

Figuur 1: Een weergave van de verschillende dialecten van het Koerdisch over de gebieden waar het wordt gesproken (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kurmanci)

Dialecten
Koerdisch is eigenlijk een verzamelnaam voor een aantal dialectgroepen. In totaal heeft het Koerdisch 5 dialecten, namelijke, Kurmanci, Sorani, Pahlavani, Hewrami en Zazaki. Twee belangrijke dialecten van het Koerdisch zijn Kurmanci en Sorani. Op deze pagina zal alleen het Kurmanci besproken worden. Alle dialecten van het Koerdisch zijn beïnvloed door het Perzisch, omdat dat de dominante taal van het gebied was.

Schriftsysteem
Er bestaat geen alfabet specifiek voor het Kurmanci of het Koerdisch. Het Koerdisch maakt gebruik van drie bestaande alfabetschriften, aangepast naar de wensen van het dialect. Het Koerdisch-Latijnse alfabet, aangevuld met een aantal tekens die ook voor het Turks gebruikt worden, het Koerdisch-Arabische alfabet en het Koerdisch-Cyrillische alfabet zijn de drie alfabetten in gebruik. Alle drie de alfabetten kunnen voor alle dialecten gebruikt worden. Voor Kurmanci is het Koerdisch-Latijnse alfabet het meest gebruikelijk. Het Koerdisch wordt pas sinds de jaren 1930 geschreven zoals het nu geschreven wordt. Door historische en politieke redenen was het Kurmanci lang geen geschreven taal in het gebied met de meeste sprekers (Thackston, 2006) .

Een voorbeeld van het Kurmanci-Latijnse alfabet (Bron: http://www.koerdischetaal.nl/alfabet ):

A B C Ç D E Ê F G H I Î J K L M N O P Q R S Ş T U Û V W X Y Z

top

2. Specifieke informatie over het Kurmanci


Fonologie

Het Kurmanci heeft 31 letters: 8 klinkers en 23 medeklinkers. Er zijn vijf letters toegevoegd uit het Turkse alfabet. De meeste woorden worden geschreven zoals ze klinken, hoewel er bepaalde klanken zijn die niet worden weergegeven met het alfabet.

Onderstaande geeft een overzicht van onbekende letters voor het Nederlands of letters die anders uitgesproken worden dan in het Nederlands. Ook als er andere contrasten zijn dan in het Nederlands staat de letter in het overzicht. De uitspraak is weergegeven volgens het International Phonetic Alphabet in combinatie met een voorbeeldwoord in het Nederlands of Engels. Als de klank niet voorkomt in het Nederlands wordt er een omschrijving van de klank gegeven.

Knipsel.JPG


Een spreker van het Kurmanci moet een contrast kunnen maken tussen stemhebbend en stemloos zoals in het Nederlands (b-p, t-d en f-v), maar daarnaast moet er ook een extra onderscheid gemaakt worden voor aspiratie bij de stemloze plofklanken (t, k, p) en de stemloze affricaat (ç). Bij de velaire klanken (g, k en x) moet er een extra contrast tussen velair en labiaal-velair gemaakt worden.

Het contrast van aspiratie en labiaal-velair wordt niet weergegeven in de schrijfwijze van het woord en wordt ook niet gemaakt bij elke spreker. Maar op het moment dat bijvoorbeeld aspiratie gebruikt wordt, maakt het wel een verschil in betekenis (Thackston, 2006).

Knipsel2.JPG
Klinkers
De klinkers in het Kurmanci zijn: a, o, î, i, ê, e, û, u

Medeklinkers
De medeklinkers zijn: b, c, ç, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, ş, t, v, w, x, y, z
De toevoegingen hiervan uit het Turkse alfabet zijn: ç en ş.

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
Op dit moment zijn er geen studies bekend met de meest voorkomende fonologische transfer-fouten bij Kurmanci-Nederlands sprekende kinderen.

Morfologie

Werkwoorden
Elk werkwoord heeft twee stammen: een stam voor de tegenwoordige tijd en een stam voor de verleden tijd. De formatie van een van deze stammen op basis van de ander is niet altijd voorspelbaar. Er zijn een aantal regelmatigheden, maar een volledig geaccepteerde classificatie is er niet (Haig & Öpengin, 2015).
Werkwoorden zijn een redelijk kleine, gesloten woordklasse in het Kurmanci. Volgens Haig & Öpengin (2015) zijn er niet meer dan 150 werkwoorden regelmatig in gebruik in de meeste dialecten. De stam is de basis waaraan diverse prefixen en suffixen toegevoegd kunnen worden.

Tijd
Tegenwoordige tijd
De tegenwoordige tijd wordt gevormd door di- (modale markeerder om progressive/gewoonte aan te geven) voor de stam te zetten en de persoonlijke suffixen aan het eind van de stam toe te voegen. In onderstaande tabel zijn de persoonlijke uitgangen die het werkwoord krijgt om te congrueren met het onderwerp geïllustreerd met twee voorbeeldwerkwoorden

Knipsel3.JPG

Verleden tijd
De verleden tijd wordt gevormd door -(i)n van de infinitief te halen en de persoonlijke suffixen aan de stam toe te voegen.

Voorbeeld:
Ez rivi-m
Ik rende

Zelfstandig naamwoorden
Zelfstandig naamwoorden kunnen een suffix krijgen voor onbepaaldheid, getal, geslacht of naamval. Zelfstandig naamwoorden in het enkelvoud kunnen mannelijk of vrouwelijk zijn. In het meervoud wordt er geen geslacht uitgedrukt. Het is belangrijk om het geslacht van een zelfstandig naamwoord te kennen, omdat het van invloed is op bijvoorbeeld vervoegingen. Voor ieder zelfstandig naamwoord moet apart geleerd worden welk geslacht het naamwoord is omdat er geen algemene regel voor bestaat. Het toekennen van geslacht lijkt vrij willekeurig te zijn. Personen of dieren die van nature mannelijk of vrouwelijk zijn, worden wel ingedeeld naar het corresponderende geslacht (mehîn ‘merrie’ en ap ‘oom’). Namen van dorpen, steden en landen zijn altijd vrouwelijk en de meeste zelfstandig naamwoorden eindigend op een klinker zijn ook vrouwelijk. Bij leenwoorden uit het Arabisch wordt het geslacht niet altijd overgenomen in het Kurmanci. Ook bij leenwoorden uit het Perzisch en Turks, waar geen geslacht uitgedrukt wordt, is het toekennen van geslacht willekeurig (Thackston, 2006).

Lidwoorden
Het Kurmanci kent geen lidwoorden zoals het Nederlands dat heeft. Bepaaldheid wordt niet uitgedrukt. Om onbepaaldheid aan te geven wordt een achtervoegsel gebruikt. Er is een apart achtervoegsel voor het enkelvoud en het meervoud. Voor het woord ‘hesp’ (paard) betekent dit het volgende:

hesp: (het) paard
hesp-ek: een paard
hesp-in: paarden

Bijvoeglijk naamwoorden
Bijvoeglijk naamwoorden komen in het algemeen achter het zelfstandig naamwoord te staan. Voor naamwoordelijke zinsdelen is de volgorde namelijk zelfstandig naamwoord + modificeerder (bijvooorbeeld bijvoeglijk of bezittelijk voornaamwoord). Hierbij wordt het zelfstandig naamwoord gelinkt aan de modificeerder door een affix (nomen + affix + modificeerder). Het affix congrueert in geslacht en getal met het zelfstandig naamwoord.

Persoonlijk voornaamwoorden
De persoonlijk voornaamwoorden worden gekozen op basis van persoon en getal. De directe vorm congrueert met het werkwoord.
Persoonlijkevoornaamwoordendirectoblique.JPG

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
Gezien de morfologische regels in het Kurmanci zouden transferfouten aanwezig kunnen zijn: Kurmanci sprekende kinderen zouden de lidwoorden in het Nederlands kunnen weglaten omdat het Kurmanci geen lidwoorden bevat. Onbepaaldheid wordt uitgedrukt door een achtervoegsel voor het enkelvoud (-ek) of het meervoud (-in).

Syntaxis


Volgorde
De woordvolgorde in een zin in het Kurmanci is gelijk aan de woordvolgorde van een Nederlandse bijzin. Dit betekent dat het werkwoord achteraan in de zin staat (Klaas een brief schrijft). Kurmanci is hiermee een SOV-taal. Deze woordvolgorde is strikt. Ook in vraagzinnen wordt deze woordvolgorde aangehouden (Mahalingappa, 2009). Het onderwerp wordt altijd uitgedrukt in de zin en kan niet weggelaten worden.

Congruentie
Het Kurmanci heeft een ergatieve constructie, die alleen gebruikt wordt bij de verleden tijd van transitieve werkwoorden. In alle andere gevallen is de syntaxis accusatief. In de ergatieve constructie neemt het transitieve onderwerp de oblique vorm, terwijl het lijdend voorwerp de directe vorm heeft. Het werkwoord congrueert dan met het lijdend voorwerp. Er verandert hierbij niets aan de volgorde van de zin

Transitiviteit
In het Nederlands is het onderwerp van een intransitieve zin (Ik loop) hetzelfde gemarkeerd als het onderwerp van een transitieve zin (Ik zie hem). Het lijdend voorwerp is anders gemarkeerd (Hij ziet mij). Het werkwoord congrueert met het onderwerp. In het Kurmanci is dit voor de tegenwoordige tijd net als voor het Nederlands zoals te zien is in onderstaande voorbeeldzinnen 'Ik val' en 'Ik zie hem':

Intransitief:
Ez di-kev-im
Ik val

Transitief:
Ik zie hem.JPG

Verleden tijd
Bij intransitieve zinnen in de verleden tijd is het onderwerp gelijk aan de tegenwoordige tijd. Bij transitieve zinnen is er geen congruentie van het werkwoord met het onderwerp, maar congruentie van het werkwoord met het voorwerp. Het onderwerp staat dan niet meer in de directe vorm, maar in de oblique vorm. Het voorwerp staat dan niet meer in de oblique vorm, maar in de directe vorm.


VTerg.JPG


Hiermee heeft het Kurmanci gespleten ergativiteit op de verleden tijd. De directe vorm en de oblique vorm zijn gekruist zoals te zien is in onderstaande tabel.
directoblique.JPG

Ontkenning
Een ontkennende zin in het Kurmanci wordt gemaakt door een prefix voor het werkwoord te plaatsen (Gündogdu, 2014). In de tegenwoordige tijd wordt n(a)- toegevoegd aan het werkwoord, in de verleden tijd is dit n(e)-. De prefix voor ontkenning sluit de aanwezigheid van andere tijdsmarkeringen als prefix uit. Bij ontkenning wordt de prefix om tegenwoordige tijd aan te geven daarom vervangen door n(a)-, zoals te zien in onderstaand voorbeeld.

dıčım “I am going”
načım “I am not going”

In de verleden tijd wordt de tijdsmarkering als een suffix toegevoegd aan het werkwoord, daarom blijft de markering voor de verleden tijd wel aanwezig bij een ontkennende zin in de verleden tijd.

čubun “We/You/They had gone”
nečubun “We/You/They had not gone”

De prefix voor ontkenning gaat niet samen met een prefix die een tijdsmarkering aangeeft. Hierop is één uitzondering. Bij de ‘past continuous tense’ komt de prefix voor negatie wel voor de tijdsmarkering dı-:

nedıčum “I was not going”

Daarnaast zijn er nog een aantal onregelmatige vormen waarbij tijdsmarkeringen als infix voorkomen en negatie dan ook als infix voorkomt:

radızem “I am sleeping”
ranazem “I am not sleeping”

Mogelijke problemen als gevolg van transfer
Als ouders de ergatieve naamval gebruiken en het kind de ergatieve naamval weglaat, kan het om een interferentiefout gaan. In dat geval beïnvloedt de tweede taal (het Nederlands) dus de eerste taal (het Kurmanci) in plaats van andersom. In een onderzoek naar de verwerving van Spaans (absoluut) en Baskisch (ergatief) werd namelijk gevonden dat tweetalige kinderen vaker en langer dan eentalige kinderen, de ergatieve markering in het Baskisch weglieten door interferentie vanuit het Spaans (Austin, 2007).

Pragmatiek

Er is geen onderzoek gevonden naar pragmatiek in het Kurmanci.

top

3. Verwervingsfases ‍‍‍‍‍van ‍‍‍‍‍bovengenoemde domeinen in het Kurmanci

Een onderzoek naar de verwerving van gespleten ergativiteit bij sprekers van het Kurmanci laat zien dat het eerste gebruik van ergatieve naamvallen gezien wordt bij kinderen van 2;0 jaar. Bij kinderen van 2;6 jaar wordt herhaald gebruik van ergatieve naamvalmarkering gezien. Volgens dit onderzoek hangt het wel af van hoe consistent de ouders zijn in het gebruik van gespleten ergativiteit markeringen. Als de ouders hier een inconsistent patroon in laten zien, dan doen de kinderen dit ook (Mahalingappa, 2009). Als ouders een consequent patroon van gespleten ergativiteit gebruiken, dan mag verwacht worden dat kinderen ook consequent zijn. Verder kunnen we grofweg het universele schema aanhouden.

top

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Kurmanci


Net als in Nederland zijn de meeste Koerden in Turkije die Koerdisch spreken tweetalig. In Turkije waar vaak Kurmanci als dialect wordt gesproken, bereiken de kinderen naar verwachting een hoger niveau in het Turks dan in het Kurmanci. Dit komt doordat er in Turkije geen onderwijs wordt gegeven in het Kurmanci en de kinderen daardoor worden opgeleid in het Turks (Polat, 2007).

Helaas bestaan er geen publicaties over kenmerken van taalontwikkelingsstoornissen bij enkel Kurmanci sprekende kinderen. Wel laat de studie van McLeod en Goldstein zien (2012) dat het leren van het Koerdisch in Turkije als T1 geen obstakel is in het onderwijs en zelfs een voordeel is bij het leren van Turks als T2 en Engels als T3. Het advies aan ouders in dit onderzoek is om niet te stoppen met het aanbieden van het Koerdisch aan hun kinderen.

top

5. Literatuurverwijzingen

Austin, J. (2007). Grammatical interference and the acquisition of ergative case in bilingual children learning Basque and Spanish. Bilingualism: Language and Cognition, 10(03), 315-331.
Gündogdu, S. (2014). Negation in Kurmanji. Affix Ordering Across Languages and Frameworks, 154.
Haig, G., & Öpengin, E. (2012). Kurmanji Kurdish in Turkey: Structure, Varieties and Status. The Minority Languages in Turkey. Wiesbaden: Harrassowitz.
Mahalingappa, L. J. (2009). The acquisition of split-ergativity in Kurmanji Kurdish.
Mcleod, S. & Goldstein, B., A. Multilingual aspects of speech sound disorders in children. Bristol, Buffalo, Toronto: Mutlilingual Matters.
Polat, N. (2007) Linking social networks and attainment in an L2 accent: Kurds acquiring Turkish. Texas Linguistic Forum 51, 144-153.
Thackston, W. M. (2006). Kurmanji Kurdish:-A Reference Grammar with Selected Readings. Renas Media.